“Niet het vallen maakt je sterker, maar het weer opstaan”

Rouwdeskundige Daan Westerink (47) verloor op 14-jarige leeftijd haar moeder en bleef haar hele leven gefascineerd door rouwverwerking. Ze schreef er verschillende boeken over en interviewden vele jongeren over het verlies van een dierbare. ‘Rouwen is niet alleen je verdriet uiten. Het is ook proberen om overeind te blijven staan. Te vaak wordt de wereld van de rouw gedomineerd door vrouwen en ik pleit voor een meer mannelijke manier van omgaan met verlies’.

Daan Westerink

Daan Westerink groeide op in Wierden, Twente. Ze trok veel met haar broer en neef op en was binnen de vriendengroep one of the boys.  ,,We speelden veel buiten, klommen in bomen en voetbalden veel. In de blokhut in het bos of in de katholieke kerksoos kwamen we wekelijks met een groepje vrienden en vriendinnen bijeen. Toen overleed mijn moeder. Ze was 41 jaar. Nooit gerookt of gedronken. Ze kreeg maagkanker en 3 maanden later was ze dood. Pas een week van tevoren wist ze dat ze ging sterven. We hadden een hecht gezin en ik had een hele goede band met mijn moeder. Natuurlijk, ik was puber en we hadden heus wel eens ruzie, maar ik wist gewoon dat zij mijn baken was en onvoorwaardelijk van mij hield. Wat moet je als kind zeggen, als je moeder overlijdt? Het was een zwarte periode. In de blokhut en in de soos ging het leven gewoon verder en een week na het overlijden van mijn moeder stond ik er al weer op de dansvloer. Natuurlijk moest ik als we in de soos waren wel eens huilen, zomaar, onverwachts. Dan stond ik daar in de keuken, met een vriendin die een arm om mij heen sloeg, daarna dansten we verder. Er werd niet gezeurd, nooit teveel nadruk opgelegd, heel gezond.

‘De familie was het er niet mee eens dat ik een week na het overlijden al weer ging dansen’

Daan Westerink DetailToen mijn moeder stierf, viel ook de familie uit elkaar. Mijn opa en oma van mijn moeders kant waren er kapot van toen hun dochter overleed. Mijn vader kreeg de schuld. Hun verdriet zocht zich een weg en veranderde in woede jegens mijn vader. Hij had eerder moeten zien dat het kanker was. De doktoren konden het niet zien, maar mijn vader had het volgens hen wel moeten zien. Ik voelde aan alle kanten dat het mis was. Zij waren het er niet mee eens dat ik een week na het overlijden al weer ging dansen. We wilden niet aan het lijntje lopen van opa en oma. Voor mij was het juist een afleiding. Als kind wil je niet steeds als zielig worden gezien. Wie bepaalt wat voor goed is? Ze waren zo verbitterd. Het voelde of we de familie waren uitgegooid. Het was een kaartenhuis dat instortte, het fundament van de familie viel samen met het sterven van mijn moeder weg. Met mijn vader, broer en mij ging het goed. We waren hecht met zijn drieën, maar met de kant van mijn moeders familie is het nooit meer goed gekomen. Mijn vader is nooit hertrouwd of heeft zelfs nooit meer een vriendin gehad. ‘Het wordt nooit meer zoals met je moeder’, zei hij.

‘Centrale vraag moet zijn: wat heb je nodig’

Hoe verdrietig we ook waren, binnen ons gezin hebben wij na de dood van mijn moeder de balans hervonden, al na korte tijd. Met de familie hadden we veel baat gehad bij een mediator, die alle betrokkenen in de gaten hield. Iemand die onafhankelijk is en vraagt waar behoefte aan is en waar de knelpunten zitten. Iemand die praktisch gericht is en inventariseert wat er nodig is. Het kan een professioneel iemand zijn, maar het kan ook een voogd, docent of een betrokken buurvrouw zijn. Zolang het maar iemand is die het vertrouwen heeft. Het liefst niet iemand die de hele tijd zegt hoe erg het is. Dit moet niet voor je worden bepaald. Er moet niet opgelegd worden hoe je moet rouwen. Op school had ik goeie gesprekken met een mentor, maar ook met mijn vrienden en er was een hele leuke pastoor die bij ons gezin was betrokken. Geen dogma’s. Hij liet ons. Ik weet nog goed dat mijn moeder ziek was en hij met beide handen mijn moeders hoofd vastpakte: ‘vrouwtje toch’, zei hij.

‘Er zijn veel te veel rouwbegeleiders in Nederland, daar moeten we mee stoppen’

De rouw wordt teveel bepaald door vrouwen, die bepalen hoe je moet rouwen. Je moet dan per se de 5 fasen van Kubler (psychiater dr. Elisabeth Kübler-Ross) doorlopen: ontkenning, marchanderen, woede, verdriet en depressie en tot slot aanvaarden. Maar vaak gaat het heel anders, dan wordt er niets ontkent en is er helemaal geen woede. Vrouwen zijn veel meer verlies gericht. Die vragen dan, heel goed bedoeld, of je ergens wel aan toe bent, maar als een kind direct na de dood van zijn moeder met zijn vrienden wil uitgaan, laat het, kennelijk heeft hij of zij daar behoefte aan. Vrouwen zijn teveel geneigd de pijn te benadrukken, maar zo maak je kinderen hulpeloos. Wees blij dat een kind weer opstaat. Ze worden sterker van het weer opstaan dan van het vallen. Mannen zijn meer oplossingsgericht en stimuleren het herstel (sporten, er op uit, weer aan het werk).

Heel veel rouw hoeft niet begeleid te worden, het gaat op den duur vanzelf beter. Er zijn ook te veel rouwbegeleiders in Nederland, daar moeten we mee stoppen. Vaak heeft een kind meer aan een lieve buurvrouw, een leraar of een tante die je liefdevol volgt. Het kan ook iets geforceerds hebben om met iemand te praten die je nauwelijks kent. Een school moet na een verlies, het kind apart nemen en vragen wat hij wil. Vaak wil een kind dat het ‘normale’ leven doorgaat, daar vindt hij meer troost in dan dat steeds de aandacht op hem is gevestigd. Sommigen jongeren voelen zelfs een bepaalde sensatie in het lijf, zo van, ik laat mij er niet onderkrijgen. Weer anderen denken dat ze schuldig zijn omdat ze bijvoorbeeld verliefd worden tijdens of vlak na het sterven van één van de ouders. Of omdat ze zich soms gewoon gelukkig voelen terwijl ze tegelijkertijd intens verdrietig zijn. Er zijn vele manieren van omgaan met verlies. Wie en wat heb je dan nodig? Dat is voor iedereen anders. Voor rouwen bestaat geen protocol.”

1 antwoord
  1. Annemieke Hillen
    Annemieke Hillen zegt:

    Sterkt stuk! Ik weet niet of ik het met Daan eens ben dat er te veel rouwbegeleiders in Nederland zijn, wel dat rouw geproblematiseerd wordt. Voor kinderen, jongeren, maar ook voor een achterblijvende ouder, kan het heel verhelderend zijn om even te sparren over de gevoelens die er zijn na een overlijden.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.